ECLI:NL:CRVB:2021:294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken ondertekening en niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet is ondertekend, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verplicht is. Appellant is meerdere malen schriftelijk verzocht dit te herstellen binnen een gestelde termijn, maar heeft hier geen gehoor aan gegeven.
Daarnaast is het griffierecht van €131,- niet betaald, ondanks dat appellant hierover meerdere aanmaningen ontving, waaronder aangetekende brieven. De Raad heeft appellant erop gewezen dat bij niet tijdige betaling het hoger beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld. De brief met de laatste aanmaning werd niet afgehaald, maar het adres van appellant was ongewijzigd.
Gezien het ontbreken van ondertekening en het niet betalen van het griffierecht, en het feit dat appellant de gestelde termijnen ongebruikt heeft laten verlopen, oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van ondertekening en niet betalen van griffierecht.