ECLI:NL:CRVB:2021:2964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking boetebesluit door gemeente Rotterdam
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam. Het college heeft het boetebesluit op 24 maart 2021 ingetrokken, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het college in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het college in de proceskosten moet worden veroordeeld. De proceskosten zijn begroot op €1.496,- in beroep en €748,- in hoger beroep, totaal €2.244,-. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college verhalen.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van €2.244,- aan proceskosten aan appellant.