ECLI:NL:CRVB:2021:2970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is betaling van griffierecht vereist voor de ontvankelijkheid van het beroep. Appellant deed een beroep op betalingsonmacht, maar voldeed niet aan de criteria hiervoor, zoals bevestigd door de Raad na ontvangst van een ingevuld formulier en uitkeringsspecificatie.
De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- en de gevolgen van niet tijdige betaling. Ondanks ontvangst van kleine bedragen (€1,- en €1,50) werd het volledige griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen. Appellant gaf aan het griffierecht niet te kunnen betalen, maar het beroep op betalingsonmacht werd afgewezen.
Gezien het uitblijven van volledige betaling en het ontbreken van een gegronde reden voor betalingsonmacht, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 30 november 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het volledige griffierecht.