ECLI:NL:CRVB:2021:2971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep na tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Tijdens de procedure nam het college op 23 januari 2020 een nieuw besluit waarin gedeeltelijk aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen tot betaling van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college geen verweerschrift had ingediend en dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het college bij afzonderlijke uitspraak veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep.
De kosten zijn begroot op in totaal €3.312,-, verdeeld over bezwaar (€1.068,-), beroep (€1.496,-) en hoger beroep (€748,-). Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden. De uitspraak werd op 30 november 2021 in het openbaar gedaan door rechter E.C.R. Schut.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is veroordeeld tot betaling van €3.312,- aan proceskosten aan appellant.