ECLI:NL:CRVB:2021:2978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige aanvraag Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische gegevens
Appellant diende in maart 2019 een laattijdige aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af na medisch onderzoek, omdat er geen medische gegevens beschikbaar waren over het zeventiende en achttiende levensjaar van appellant. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant vanaf die leeftijd arbeidsbeperkingen met een duurzaam karakter had.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat ondanks het ontbreken van medische gegevens rond zijn achttiende verjaardag, uit een in 2016 vastgestelde aangeboren longaandoening met progressief verloop kan worden afgeleid dat hij destijds geen arbeidsvermogen had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat deze latere medische vaststelling geen oordeel kan rechtvaardigen over de medische situatie rond het relevante moment, het zeventiende en achttiende levensjaar. De Raad stelt vast dat de medische informatie pas vanaf 2016 beschikbaar is en dat uit de anamnese en verkregen informatie niet blijkt dat appellant toen al arbeidsbeperkingen had. De afwijzing van de laattijdige aanvraag blijft daarom in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de laattijdige Wajong-aanvraag wegens onvoldoende medische gegevens over het relevante beoordelingsmoment.