ECLI:NL:CRVB:2021:299

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 februari 2021
Publicatiedatum
15 februari 2021
Zaaknummer
19/3456 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door gemeente Den Helder

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Dit hoger beroep werd bij brief van 30 oktober 2020 ingetrokken. Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op schriftelijke stukken beoordeeld.

De Raad overwoog dat artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had reeds een proceskostenveroordeling in eerste aanleg uitgesproken, zodat de Raad nu de kosten beoordeelde die betrokkene redelijkerwijs in verband met het hoger beroep heeft moeten maken.

De proceskosten werden begroot op €534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Den Helder tot betaling van dit bedrag. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 11 februari 2021.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder is veroordeeld tot betaling van €534,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 februari 2021
19/3456 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 3 juli 2019, 18/2456 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 30 oktober 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. A.R. van Dolder verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank in de aangevallen uitspraak een proceskostenveroordeling in beroep heeft uitgesproken, staan de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 534,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 534,-.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2021.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) K.R. van Renswoude