ECLI:NL:CRVB:2021:299
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door gemeente Den Helder
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Dit hoger beroep werd bij brief van 30 oktober 2020 ingetrokken. Betrokkene verzocht daarop om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op schriftelijke stukken beoordeeld.
De Raad overwoog dat artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had reeds een proceskostenveroordeling in eerste aanleg uitgesproken, zodat de Raad nu de kosten beoordeelde die betrokkene redelijkerwijs in verband met het hoger beroep heeft moeten maken.
De proceskosten werden begroot op €534,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het college van burgemeester en wethouders van Den Helder tot betaling van dit bedrag. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 11 februari 2021.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder is veroordeeld tot betaling van €534,- aan proceskosten aan betrokkene.