ECLI:NL:CRVB:2021:30
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 59,40%
Appellant was sinds 2010 ziek gemeld en ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd de uitkering beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant maakte bezwaar en het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 59,40%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, waaronder een depressieve stoornis met psychotische kenmerken en neurologische klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor een situatie zonder benutbare mogelijkheden. De artsen van het UWV hadden de medische informatie voldoende gemotiveerd beoordeeld en de arbeidsdeskundige had overtuigend toegelicht dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de mate van arbeidsongeschiktheid van 59,40% wordt bevestigd.