ECLI:NL:CRVB:2021:300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand om niet wegens niet voldoen aan schuldhulpverleningstraject
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor inrichtingskosten. Het college verleende deze bijstand in de vorm van een geldlening, niet om niet, omdat appellant niet voldeed aan de beleidsregels die dat voorschrijven bij deelname aan een wettelijk schuldhulpverleningstraject.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht de bijstand als lening verstrekte, aangezien het schulddienstverleningstraject niet in gevaar was en artikel 4.8 van de beleidsregels niet van toepassing was. Appellant voerde aan dat hij de lening niet binnen een redelijke termijn kon aflossen en dat dit onredelijk was, maar de rechtbank vond geen aanleiding dit te erkennen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat het college terecht geen bijzondere bijstand om niet heeft verstrekt. Het schulddienstverleningstraject loopt nog steeds en de lening brengt dat niet in gevaar. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand om niet en handhaaft de verstrekking in de vorm van een geldlening.