ECLI:NL:CRVB:2021:3002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant was sinds 16 november 2015 volledig arbeidsongeschikt en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering. Na afloop van deze periode werd de uitkering voortgezet als loonaanvullingsuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 juni 2018 op grond van een nieuwe beoordeling die uitwees dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen, waaronder epilepsie, visusklachten en psychische problematiek, onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV onvoldoende rekening hield met aanvullende medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de beperkingen adequaat had vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. De aanvullende medische informatie gaf geen aanleiding tot wijziging van het oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.