ECLI:NL:CRVB:2021:3022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WIA-uitkering binnen vijf jaar
Appellante, die zich in 2015 ziekmeldde met psychische klachten, ontving vanaf 2017 een WW-uitkering nadat het UWV haar geen WIA-uitkering toekende vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na melding van toegenomen klachten in 2018 weigerde het UWV opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen, omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat het medisch oordeel juist was. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens aan die het oordeel konden veranderen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen toegenomen beperkingen zijn, zodat geen recht op een WIA-uitkering ontstaat. Er is ook geen aanleiding voor een arbeidskundige beoordeling. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.