ECLI:NL:CRVB:2021:3060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Het college trok de bestreden maatregel in nadat bleek dat appellant reeds voor dezelfde feiten was veroordeeld en de straf had ondergaan.
Nadat appellant het hoger beroep had ingetrokken wegens deze intrekking, verzocht hij de Raad het college te veroordelen in de proceskosten. Het college voerde aan dat geen aanleiding bestond tot proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet uitsluitend aan appellant te wijten was, aangezien het college eerder onderzoek had kunnen doen en een juist besluit had kunnen nemen. Daarom werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten ad € 748,- voor verleende rechtsbijstand.
Vergoeding van eigen bijdragen en griffierecht werd uitgesloten, waarbij appellant zich rechtstreeks tot het college kan wenden voor het griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door E.C.R. Schut namens de Centrale Raad van Beroep op 7 december 2021.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan appellant.