ECLI:NL:CRVB:2021:3100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op ontslagbesluit ambtenaar wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was sinds 1972 in dienst bij de universiteit en werd in 2012 ontslagen vanwege onregelmatigheden bij contante betalingen. Na een feitenonderzoek en een ontslagbesluit in mei 2012, deed appellant in 2019 een verzoek om terugkomen op dat besluit. Het college wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet bekend was met een onderzoeksrapport dat ook betrekking had op zijn collega, en dat dit rapport geen nieuw feit vormde. Tevens was het besluit zorgvuldig genomen en niet evident onredelijk.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad benadrukte dat nieuw gebleken feiten feiten zijn die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. Het rapport was van vóór het ontslag en appellant had er redelijkerwijs kennis van kunnen nemen.
De Raad concludeerde dat het college op goede gronden het verzoek tot herroeping van het ontslagbesluit heeft afgewezen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het college heeft terecht geweigerd terug te komen op het ontslagbesluit.