ECLI:NL:CRVB:2021:3102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is de indiener van een beroepschrift verplicht griffierecht te betalen, wat ook geldt voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellante is bij brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €134,- en de betalingstermijnen.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 9 december 2021. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.