ECLI:NL:CRVB:2021:3120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële onderbouwing
Appellant vroeg bijstand aan na een periode waarin hij leefde van giften en leningen, maar kon dit niet met verifieerbare stukken onderbouwen. Het college wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie, mede omdat verklaringen over leningen en inkomsten niet objectief of gedateerd waren. In hoger beroep voerde appellant aan dat het recht op bijstand wel vast te stellen was en dat hij alle benodigde informatie had verstrekt.
De Raad oordeelde echter dat appellant geen objectieve en verifieerbare gegevens had overlegd over zijn levensonderhoud, de herkomst van stortingen niet kon verklaren en geen bewijs had geleverd van de verkoop van zijn inboedel. Ook was appellant niet duidelijk geïnformeerd over de te leveren bewijsstukken, maar dit kwam voor zijn risico. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt bevestigd wegens onvoldoende financiële onderbouwing door appellant.