ECLI:NL:CRVB:2021:315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen machtiging
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief van 7 september 2020 verzocht binnen vier weken een schriftelijke machtiging in te dienen zoals vereist op grond van artikel 8:24, tweede lid, Awb. Deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan. Vervolgens is bij aangetekende brief van 8 oktober 2020 een laatste termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Appellante heeft ook deze tweede termijn niet benut en geen verontschuldigingen aangevoerd voor het verzuim. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 februari 2021. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open. Dit vonnis bevestigt het belang van het tijdig voldoen aan procedurele vereisten in bestuursrechtelijke beroepsprocedures.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de vereiste machtiging.