ECLI:NL:CRVB:2021:3156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Sociale verzekeringsbank (Svb) nam op 27 mei 2021 een herziene beslissing op bezwaar waarin zij volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om de Svb te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat de Svb geen verweerschrift had ingediend en dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming.
De Raad oordeelde dat de Svb in de kosten moest worden veroordeeld en begrootte deze op € 748,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Voor het griffierecht kon appellant zich rechtstreeks tot de Svb wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut op 14 december 2021.
Uitkomst: De Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot betaling van € 748,- aan proceskosten aan appellant.