ECLI:NL:CRVB:2021:3187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De gemachtigde van appellant werd op 9 april 2021 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €134,- binnen 28 dagen na verzending van die brief. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 10 mei 2021 nogmaals gewezen op de betaling van het griffierecht binnen vier weken na die datum, met de waarschuwing dat niet tijdige betaling zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijnen betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 december 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.