ECLI:NL:CRVB:2021:3220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging nabestaandenuitkering wegens bereiken 18 jaar en onvoldoende medisch bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar echtgenoot in 2014 overleed en zij een kind jonger dan achttien jaar had. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde de uitkering per 1 januari 2018 omdat het jongste kind van appellante de leeftijd van achttien jaar had bereikt.
Appellante stelde dat zij meer dan 45% arbeidsongeschikt was en daarom recht had op voortzetting van de uitkering. De Svb vroeg het UWV om een arbeidsongeschiktheidsonderzoek. Dit onderzoek vond deels plaats in Marokko, maar aanvullend medisch onderzoek in Nederland werd noodzakelijk geacht. Appellante weigerde echter om naar Nederland te reizen voor dit onderzoek, ondanks dat een verzekeringsarts haar reisvaardig achtte.
De Svb verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging van de uitkering ongegrond omdat appellante niet meewerkte aan het noodzakelijke onderzoek. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit, stellende dat er onvoldoende objectief bewijs was om haar arbeidsongeschiktheid vast te stellen. Appellante overwoog in hoger beroep dat haar gezondheid verslechterd was, maar kon geen medische stukken overleggen die aantonen dat zij niet onder begeleiding naar Nederland kon reizen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig en bevestigde de beëindiging van de nabestaandenuitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de nabestaandenuitkering omdat appellante niet meewerkt aan medisch onderzoek en het jongste kind 18 jaar is geworden.