ECLI:NL:CRVB:2021:3238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok bij besluit van 30 april 2021 de bestreden maatregel in, waarmee zij volledig tegemoetkwamen aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het college op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek van appellant in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €3.688,38. De reiskosten voor de zitting bij de rechtbank werden deels vergoed, terwijl de reiskosten voor het hoger beroep niet werden vergoed omdat er geen zitting bij de Raad plaatsvond. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het college verhalen.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van €3.688,38 aan proceskosten aan appellant.