ECLI:NL:CRVB:2021:325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek persoonsgebonden budget op grond van de Wlz voor 2018
Appellante, met een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), verzocht voor 2018 om een persoonsgebonden budget (pgb) of aanvullende vormen van zorg. Het zorgkantoor verleende haar een modulair pakket thuis en verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, omdat de zorgindicatie slechts gedeeltelijk werd benut en appellante sinds 2011 geen pgb ontvangt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en sloot zich aan bij eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat appellante geen aanvraag voor een pgb had ingediend in 2018. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden aangevoerd, maar slechts haar eerdere standpunten herhaald.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er was geen aanleiding voor toewijzing van het beroep of veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.A. Boersma op 17 februari 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.