ECLI:NL:CRVB:2021:3269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bewijs voor tijdige indiening aanvraag compensatie zelfstandige
Betrokkene, een zelfstandige, diende een aanvraag in voor compensatie op grond van de Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen vanwege bevalling. Het UWV wees deze aanvraag af omdat deze te laat was ingediend, waarna betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag tijdig was verzonden, ondanks het ontbreken van het verzendbewijs.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de enkele e-mailmededeling aan de belastingadviseur onvoldoende bewijs vormde voor tijdige verzending, en dat er geen ander ondersteunend bewijs was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat betrokkene niet had voldaan aan haar bewijslast om tijdige verzending aannemelijk te maken.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, omdat de aanvraag pas op 30 april 2019 was ontvangen en daarmee te laat was ingediend volgens de regeling. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs voor tijdige indiening van de compensatieaanvraag.