ECLI:NL:CRVB:2021:3356

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 december 2021
Publicatiedatum
4 januari 2022
Zaaknummer
19/3155 WAJONG
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep UWV en proceskostenveroordeling

De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg in een WAJONG-zaak. Op 1 september 2021 trok het UWV het hoger beroep in. Betrokkene verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Raad stelde het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had het UWV reeds veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg, zodat de Raad zich alleen over de kosten in hoger beroep hoefde uit te spreken.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep, begroot op € 1.122,- voor verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 30 december 2021.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.122,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 december 2021
19/3155 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 juni 2019, 16/1499 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 1 september 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. W.G.M.M. van Montfort verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank heeft het Uwv in de aangevallen uitspraak reeds veroordeeld in de proceskosten in beroep. Daarover hoeft de Raad dus niet meer te oordelen.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.122,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.122,-.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid
van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
30 december 2021.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) K.R. van Renswoude