Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:3364

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2021
Publicatiedatum
1 februari 2022
Zaaknummer
20/3493 AOW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij AOW-pensioen

Appellant heeft tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) beroep ingesteld inzake de hoogte van zijn ouderdomspensioen. De Svb had aanvankelijk een voorlopig pensioen toegekend van 46%, later gevolgd door een definitief pensioen van 50%, omdat appellant voor een aantal jaren niet verzekerd zou zijn geweest.

De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en later wegens ontbreken van procesbelang, omdat appellant met het beroep geen hoger pensioen kan verkrijgen dan het reeds toegekende definitieve pensioen. Appellant stelde in hoger beroep dat het pensioen te laag is vastgesteld.

De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens ontbreken van procesbelang. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitspraak

20.3493 AOW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2020, 19/4700 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 17 december 2021
Zitting heeft: mr. A. van Gijzen
Griffier: M. Buur
Ter zitting is via beeldbellen verschenen: mr. A.F.L.B. Metz

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Inleiding
1.1.
Bij besluit van 21 november 2018 heeft de Svb aan appellant vanaf 1 juli 2018 een voorlopig ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend ter hoogte van 46% van het volledige pensioen, omdat hij in totaal voor 27 jaar niet verzekerd zou zijn geweest. Op 26 april 2019 heeft de Svb het bezwaar van appellant ontvangen tegen dit besluit. Bij het bestreden besluit van 19 juli 2019 is het bezwaar tegen het besluit van 21 november 2018 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
1.2.
Bij besluit van 29 april 2019 heeft de Svb aan appellant vanaf 1 juli 2018 een definitief ouderdomspensioen toegekend ter hoogte van 50%, omdat hij in totaal 25 jaar niet verzekerd is geweest. Bij beslissing op bezwaar van 3 januari 2020 is het bezwaar tegen het besluit van 29 april 2019 ongegrond verklaard.
1.3.
Bij uitspraak van 26 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3067, heeft de rechtbank het beroep tegen de beslissing op bezwaar van 3 januari 2020 niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant buiten de termijn beroep heeft ingesteld. Bij uitspraak van 21 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:268, heeft de rechtbank het verzet tegen die uitspraak ongegrond verklaard.
Het oordeel van de rechtbank
2. Het beroep van appellant tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het procesbelang ontbreekt. Daarvoor heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat aan appellant bij besluit van 29 april 2019 een definitief pensioen is toegekend, dat hoger is dan het voorschot. Appellant heeft ook een nabetaling ontvangen. Gelet op die omstandigheden heeft de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of appellant in de beroepsprocedure kan bereiken wat hij beoogt. Appellant wil met zijn beroepsprocedure een hoger voorschot krijgen. Dat doel kan hij niet bereiken met de beroepsprocedure. Het maximaal te behalen resultaat is een vernietiging van het bestreden besluit, waarna de Svb het bezwaarschrift alsnog inhoudelijk dient te behandelen. In dat geval kan de Svb alleen nog vaststellen dat appellant geen belang heeft bij een beoordeling van het bezwaar tegen het voorlopige ouderdomspensioen, omdat al een definitief pensioen is toegekend. Nu niet aannemelijk is dat appellant schade heeft geleden, ontbreekt het procesbelang.
Standpunt in hoger beroep
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de Svb hem een te laag ouderdomspensioen heeft toegekend.
Het oordeel van de Raad
4.1.
Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden ten volle onderschreven. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden.
4.2.
Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
De griffier is verhinderd te ondertekenen. (getekend) A. van Gijzen