ECLI:NL:CRVB:2021:348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als koerier, meldde zich in augustus 2015 ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij aanvullende medische informatie werd ingebracht, maar het UWV handhaafde het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de beperkingen van appellant voldoende had meegewogen en gemotiveerd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen dat zijn beperkingen werden onderschat, onderbouwd met nieuwe medische rapporten. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat deze nieuwe informatie geen aanleiding gaf tot het aannemen van meer beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV op inzichtelijke en navolgbare wijze heeft gemotiveerd waarom appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.