ECLI:NL:CRVB:2021:372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt overeenkomstig ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en de uiterste betaaldatum.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H. Benek in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude en uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2021.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij de indiener van het verzetschrift kan verzoeken gehoord te worden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.