ECLI:NL:CRVB:2021:406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
De erven van betrokkene hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere aanmaningen. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De Raad heeft het verzuim van appellant geconstateerd op basis van de beschikbare gegevens en heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht, met name artikel 8:41 en Pro 8:108.
De uitspraak is gedaan door rechter H. Benek en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 24 februari 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.