ECLI:NL:CRVB:2021:43
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand woonkostentoeslag wegens voorliggende voorziening huurtoeslag
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor een woonkostentoeslag vanwege haar huur van €447,37 per maand. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit af omdat de huurtoeslag een passende en toereikende voorliggende voorziening is, ook al komt appellante niet in aanmerking voor huurtoeslag vanwege haar huurprijs die boven de leeftijdsgebonden grens ligt. Het college past een uitzonderingsbeleid toe voor hoge woonkosten bij inkomensterugval, maar dit was niet van toepassing op appellante.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat het college het buitenwettelijke begunstigende beleid consistent heeft toegepast. Appellante beschikte bij het aangaan van het huurcontract niet over een hoog en stabiel inkomen, en het arbeidscontract dat zij later tekende was tijdelijk en op oproepbasis.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de huurovereenkomst is aangegaan op basis van het inkomen dat zij zou verdienen en dat het arbeidscontract slechts een bevestiging was van eerder gemaakte afspraken. De Raad oordeelt dat appellante deze stellingen niet aannemelijk heeft gemaakt en wijst op de lagere gewerkte uren dan afgesproken. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt bevestigd.