ECLI:NL:CRVB:2021:474

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2021
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
20/607 PW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • E. C. Boeree
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens griffierecht

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Appellant stelde in verzet dat het griffierecht wel tijdig was voldaan, maar door een administratieve vergissing was teruggestort vanwege een verzoek om vrijstelling.

De Raad onderzocht dit nader en concludeerde dat het griffierecht inderdaad tijdig was voldaan, maar dat de terugstorting en het verzoek om vrijstelling elkaar hadden gekruist. Hierdoor werd het hoger beroep onterecht niet-ontvankelijk verklaard.

De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd het college veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 267,- voor verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 maart 2021
20/607 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 december 2019, 19/2678 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 3 november 2020 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 3 november 2020 heeft mr. H. Hulfshof, advocaat, namens appellant bij brief van 17 november 2020 verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is voldaan. Daarvoor was een verzoek om betalingsonmacht afgewezen omdat niet tijdig was voldaan aan de voorwaarde om informatie te verstrekken.
In verzet is aangegeven dat het griffierecht binnen de termijn van de eerste nota tijdig is voldaan nadat het verzoek om betalingsonmacht van het griffierecht is afgewezen. De tweede nota heeft appellant naast zich neergelegd omdat het griffierecht al voldaan was.
Uit nader onderzoek blijkt dat het griffierecht wel tijdig is voldaan maar is teruggestort aan appellant omdat een verzoek om vrijstelling was ontvangen. Een en ander heeft elkaar klaarblijkelijk gekruist.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 3 november 2020 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Aan mr. Hulshof zal een nieuwe betalingsherinnering van het griffierecht worden verzonden.
De Raad ziet aanleiding het College te veroordelen in de proceskosten van appellant in
de verzetprocedure. Deze kosten worden begroot op € 267,-- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond;
Veroordeelt het college in de proceskosten van € 267,-
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2021.
(getekend) E. C. Boeree
(getekend) E. Blijleven-de Vries