Uitspraak
19 1835 ZW, 19/1836 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
14 september 2015 beëindigd, omdat appellante geschikt werd geacht voor haar eigen werk.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en meldde zich meerdere keren ziek. Het UWV kende haar aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe, maar weigerde later een WIA-uitkering omdat zij geschikt werd geacht haar eigen werk te verrichten. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, die door het UWV werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat het UWV de belastbaarheid van appellante juist had beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische onderzoeken onzorgvuldig waren, dat zij zich onheus behandeld voelde en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar beperkingen en de arbeidsbelasting in haar functie. Zij verwees onder meer naar een rapport van een arbeidsdeskundige. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de medische onderzoeken voldoende zorgvuldig en volledig waren, dat de artsen van het UWV alle relevante informatie hadden betrokken en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellante waren onderschat. Ook werd bevestigd dat de functie van administratief medewerkster geen sprake gaf van frequente deadlines of productiepieken zoals bedoeld in de relevante richtlijnen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.