ECLI:NL:CRVB:2021:588

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2021
Publicatiedatum
16 maart 2021
Zaaknummer
19/689 ZVW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na intrekking boetebesluit door CAK en proceskostenveroordeling

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het CAK. Tijdens de procedure heeft het CAK het boetebesluit van 6 november 2017 ingetrokken, waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.

Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het CAK. De Raad voor de Rechtspraak heeft het onderzoek ter zitting geschorst en vervolgens achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 Awb Pro.

De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het CAK op grond van artikel 8:75a en 8:108 Awb veroordeeld kan worden in de proceskosten, omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De proceskosten zijn begroot op in totaal €3.204,- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep.

Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het CAK verhalen. De uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in aanwezigheid van griffier E.M. Welling, en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2021.

Uitkomst: Het CAK is veroordeeld tot betaling van € 3.204,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het boetebesluit.

Uitspraak

19.689 ZVW

Datum uitspraak: 16 maart 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
17 december 2018, 18/2303 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)

CAK (CAK)

PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, hoger beroep ingesteld.
CAK heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2020. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Weijsenfeld. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Nijman. De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst ten einde appellante de gelegenheid te geven nadere stukken in het geding te brengen.
Naar aanleiding van de door appellante in het geding gebrachte stukken heeft CAK het boetebesluit van 6 november 2017 ingetrokken.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat CAK door intrekking van het boetebesluit geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om CAK te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.068,- in bezwaar, € 1.068,- in beroep en € 1.068,- in hoger beroep, totaal € 3.204,- voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot CAK wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CAK in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.204,-.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van E.M. Welling als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2021.
(getekend) T.L. de Vries
(getekend) E.M. Welling