ECLI:NL:CRVB:2021:600
Centrale Raad van Beroep
- Geheimhoudingsbeslissing
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming geheime stukken ter bescherming persoonlijke levenssfeer in hoger beroep WMO
Appellanten zijn in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland waarin hun beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere ongegrond werd verklaard. Het betrof een besluit waarbij aan de meerderjarige zoon van appellanten een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen werd verstrekt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015).
Het college had stukken ingediend waarvan de rechtbank had bepaald dat alleen zij kennis mochten nemen, op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellanten verzochten om ook zelf kennis te mogen nemen van deze stukken, maar de rechtbank had dit geweigerd. In het hoger beroep heeft de Raad deze afweging opnieuw gemaakt.
De Raad heeft kennisgenomen van de geheime stukken en geoordeeld dat het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de zoon van appellanten zwaarder weegt dan het belang van appellanten om deze stukken in te zien. Daarbij is meegewogen dat appellanten zich ook zonder kennis van de inhoud van deze stukken kunnen verweren tegen de aangevallen uitspraak.
De Raad concludeert dat de beperking van de kennisgeving van deze stukken in het hoger beroep gerechtvaardigd is en wijst het verzoek van appellanten toe om de kennisneming te beperken. De uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij op 23 februari 2021.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek toe om kennisneming van bepaalde geheime stukken te beperken ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.