ECLI:NL:CRVB:2021:601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens ontbreken psychiatrische aandoening op datum in geding
Appellant was werkzaam als uitzendkracht bij Post NL en meldde zich op 18 oktober 2016 ziek met psychische klachten. Na medisch onderzoek door psycholoog, psychiater en verzekeringsarts werd vastgesteld dat appellant per 15 mei 2018 geschikt was voor zijn arbeid en geen recht meer had op ziekengeld. Het UWV besloot dit formeel op 18 mei 2018.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat hij wel degelijk arbeidsongeschikt was vanwege een depressie op de datum in geding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en goed gemotiveerd was. Nieuwe medische stukken van appellant werden niet als relevant voor de datum in geding beoordeeld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht concludeerde dat de nieuwe stukken geen nieuwe medische inzichten gaven over de situatie op de datum in geding. De conclusie dat appellant op die datum geen depressie of psychiatrische aandoening meer had, werd uitvoerig en navolgbaar onderbouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant per 15 mei 2018 geen recht meer had op ziekengeld wordt bevestigd.