ECLI:NL:CRVB:2021:623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die haar bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering te beëindigen ongegrond verklaarde. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarbij het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en de WIA-uitkering per 2 mei 2016 ongewijzigd werd voortgezet.
Hierdoor is appellante volledig tegemoetgekomen in haar bezwaren, waardoor zij geen belang meer heeft bij het hoger beroep. De Raad verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de door appellante gemaakte proceskosten, waaronder kosten van rechtsbijstand, reiskosten en griffierechten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat het UWV het bezwaar van appellante heeft gehonoreerd.