ECLI:NL:CRVB:2021:648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herbeoordeling WIA-uitkering wegens onvoldoende nieuwe gronden
Appellante, voormalig planner/werkvoorbereider, ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 54%. Na een verzoek tot herbeoordeling verhoogde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid naar 54,13%, maar wijzigde de uitkeringshoogte niet. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid juist was ingeschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere bezwaren, met name dat zij volgens een arbeidsdeskundige volledig arbeidsongeschikt was vanwege beperkingen bij werken met deadlines, productiepieken en hoog handelingstempo. De Raad volgde echter het UWV en de rechtbank, omdat de functies waarop de arbeidsdeskundige doelde niet strookten met de functies die medisch geschikt waren bevonden en bovendien later door het CBBS waren verworpen.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuw licht op de zaak had geworpen en dat de beoordeling van het UWV en de rechtbank voldoende gemotiveerd en zorgvuldig was. Derhalve werd het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.