ECLI:NL:CRVB:2021:687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep UWV inzake arbeidsvermogen betrokkene met familiaire hypercholestrolemie
Betrokkene ontving sinds 2002 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV stelde in 2016 vast dat betrokkene arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot verlaging van haar uitkering. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en oordeelde dat betrokkene niet geschikt is voor routinematige taken, waardoor zij geen arbeidsvermogen zou hebben.
In hoger beroep stelde het UWV dat ook niet-routinematige taken, zoals 'bemannen balie', passend zijn voor betrokkene. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde zelf of betrokkene arbeidsvermogen bezit. Medische en arbeidskundige rapporten toonden aan dat betrokkene ten minste vier uur per dag belastbaar is en basale werknemersvaardigheden bezit.
Betrokkene voerde aan dat zij door medicatiebijwerkingen niet aaneengesloten kan werken en geen basale vaardigheden heeft, maar bracht geen overtuigend bewijs. De Raad concludeerde dat betrokkene arbeidsvermogen heeft en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV mag aannemen dat zij arbeidsvermogen heeft.