ECLI:NL:CRVB:2021:702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen per 2018
Appellant ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering vanwege psychische beperkingen. Het UWV heeft in 2017 vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, waardoor zijn uitkering per 1 januari 2018 wordt verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat hij niet in staat is vier uur per dag te werken en één uur aaneengesloten een taak te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV zorgvuldig en consistent was. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat het geringe activiteitenniveau van appellant in het dagelijks leven niet leidt tot een ander oordeel. De verzekeringsartsen concludeerden dat er geen medische contra-indicaties zijn voor het vastgestelde arbeidsvermogen.
De Raad benadrukt dat eerdere WAO-beoordelingen niet vergelijkbaar zijn met de huidige Wajong-beoordeling. Omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft ingebracht die het oordeel van het UWV ondermijnen, wordt het hoger beroep verworpen. Tevens wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Wajong-uitkering is terecht verlaagd naar 70% van het minimumloon omdat appellant arbeidsvermogen heeft.