ECLI:NL:CRVB:2021:71
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellante, laatstelijk werkzaam als helpdeskmedewerker, heeft sinds 2014 diverse klachten waaronder Ménière, pijn- en stijfheidsklachten die in 2018 zijn gediagnosticeerd als fibromyalgie. Na een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling door het UWV werd haar aanvraag voor een WIA-uitkering per 3 februari 2016 geweigerd omdat zij geschikt werd geacht voor passende functies zonder urenbeperking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische gronden voldoende waren onderbouwd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten en medicijngebruik onvoldoende waren meegewogen en dat zij nooit de kans tot re-integratie had gekregen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de re-integratievraag buiten het geding valt en dat het UWV een deugdelijke medische grondslag heeft voor het besluit. De diagnose fibromyalgie leidt niet tot een ander belastbaarheidsbeeld en de voorgestelde urenbeperking werd niet objectief onderbouwd. De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.