Uitspraak
20.3226 ANW, 20/3227 ANW-VV
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster, gehuwd geweest en duurzaam gescheiden van haar echtgenoot die in 2006 overleed, vroeg in 2007 een nabestaandenuitkering aan die werd afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was. In 2019 diende zij een bezwaarschrift in tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid, ook al was verzoekster pas in 2019 op de hoogte van het besluit. Verzoekster voerde aan dat zij de correspondentie niet ontving en door omstandigheden niet tijdig kon reageren, maar de Raad oordeelde dat dit geen reden was voor termijnoverschrijding.
De voorzieningenrechter stelde vast dat ondanks het spoedeisend belang, de termijn voor het indienen van het bezwaar niet was gehaald en dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig had kunnen indienen. Ook inhoudelijk zou de aanvraag geen succes hebben gehad omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de nabestaandenuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.