ECLI:NL:CRVB:2021:738
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken onverwijlde spoed bij opschorting bijstand
Verzoekster ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college had de bijstand opgeschort per 14 november 2018, maar trok deze opschorting later in. Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
In hoger beroep verzocht verzoekster tevens om een voorlopige voorziening omdat het college de bijstand opnieuw zou hebben opgeschort per 1 december 2020. Zij stelde dat zij daardoor spoedeisend belang had omdat haar vaste lasten niet meer betaald zouden worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bij brief van 18 februari 2021 had meegedeeld de opschorting niet langer te handhaven en de bijstand vanaf 1 december 2020 weer betaalbaar te stellen. Hierdoor ontbrak het aan onverwijlde spoed zoals vereist voor een voorlopige voorziening. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.