Uitspraak
19 1715 ZW
6 maart 2019, AWB 18/3144 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als assistent bedrijfsleidster en meldde zich ziek vanwege voetoperaties en psychische klachten. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij een Ziektewetuitkering en later werd een WIA-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het UWV stelde vast dat zij geschikt was voor de functie van elektrotechnische apparatuur wikkelaar (SBC-code 267050) en beëindigde haar ZW-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig werd beoordeeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten onderschat waren en overhandigde een rapport van een verzekeringsarts die een urenbeperking adviseerde.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV weerlegde dit en concludeerde dat er geen reden was voor een urenbeperking op de datum in geschil. De Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellante de functie kon vervullen zonder overschrijding van haar belastbaarheid.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geschikt is voor de functie zonder urenbeperking.