ECLI:NL:CRVB:2021:836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid in geselecteerde functies bevestigd
Appellant, voormalig afwasser, meldde zich ziek met visusklachten en ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV en een arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat appellant duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en geschikt is voor bepaalde functies op laag opleidingsniveau. De WGA-uitkering werd daarom beëindigd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, met name visusklachten en taalbeheersing, onvoldoende werden meegewogen en dat hij de geselecteerde functies niet kan verrichten. De Raad benoemde een oogarts en psychiater als deskundigen, die concludeerden dat de beperkingen juist zijn weergegeven en geen psychiatrische stoornis aanwezig is.
De Raad volgt het oordeel van deze deskundigen en de arbeidsdeskundige dat appellant de functies kan verrichten. De stelling dat appellant onvoldoende de Nederlandse taal beheerst, wordt onvoldoende onderbouwd geacht. De Raad bevestigt daarom het besluit tot beëindiging van de WGA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WGA-uitkering bevestigd.