ECLI:NL:CRVB:2021:861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard na een auto-ongeluk en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling stelde het UWV dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het medisch onderzoek onvoldoende had gemotiveerd en gaf het UWV de kans dit te herstellen. Het UWV motiveerde het besluit nader met een rapport van een verzekeringsarts, waarna de rechtbank het beroep alsnog ongegrond verklaarde en het besluit in stand liet.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek te beperkt was, met name ten aanzien van psychische beperkingen zoals PTSS, en dat er onterecht geen urenbeperking was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en volgens algemeen aanvaarde methoden was uitgevoerd, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de functies passend waren.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een andere beslissing, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.