Uitspraak
18.1626 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
V.M. Candelaria als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 april 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die een Wajong-uitkering ontvangt vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, verzocht het UWV om haar uitkering te mogen exporteren naar Turkije. Dit verzoek werd afgewezen omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de hardheidsclausule in artikel 3:19, negende lid, van de Wajong. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er sprake is van een medische behandeling in Turkije die niet in Nederland beschikbaar is en dat zij volledig afhankelijk is van haar vader, die noodgedwongen in Turkije moet wonen. Tevens stelde zij dat de bewijslast niet bij haar ligt en verzocht zij om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de omstandigheden van appellante niet voldoen aan de criteria voor toepassing van de hardheidsclausule. Medische stukken die een langdurige behandeling in Turkije onderbouwen ontbraken, en de zorgbehoefte bleek juist te liggen bij professionele zorg in Nederland. Ook was er geen noodzaak voor de vader om in Turkije te wonen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot export van de Wajong-uitkering naar Turkije afgewezen.