ECLI:NL:CRVB:2021:897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft vervolgens op 29 september 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het hoger beroep. De proceskosten zijn vastgesteld op € 534,- voor verleende rechtsbijstand.
Het griffierecht wordt niet door de Raad vergoed maar appellante kan dit rechtstreeks bij het UWV claimen. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten omdat het hoger beroep was ingetrokken en het UWV geen verweerschrift heeft ingediend.
De uitspraak is gedaan door rechter J.T.H. Zimmerman in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 21 april 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.