ECLI:NL:CRVB:2021:903
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn. Appellant gaf aan problemen te hebben met zijn bewindvoerder, die de factuur niet heeft verwerkt. Ondanks deze omstandigheden oordeelde de Raad dat de verantwoordelijkheid voor tijdige betaling bij appellant ligt.
Appellant is afhankelijk van een bewindvoerder en wil per 1 juni 2021 hiervan af zijn. De Raad erkent de betreurenswaardige situatie, maar stelt dat het handelen van de bewindvoerder niet leidt tot ontsnapping aan het verzuim. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat het niet voldoen aan griffierecht binnen de termijn, ook door toedoen van een bewindvoerder, voor risico van de appellant komt.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht, waarvoor appellant verantwoordelijk is.