ECLI:NL:CRVB:2022:1041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke aanstelling ondanks betwisting psychische klachten
Appellante was tijdelijk aangesteld bij het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg en had een tijdelijke aanstelling die per 1 juli 2019 zou eindigen. Na gesprekken en e-mails waarin zij aangaf geen vaste aanstelling te willen zonder salarisverhoging, bood het college haar een laatste tijdelijke aanstelling aan voor zes maanden.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij op 27 juni 2019 vanwege een burn-out en overspannenheid niet in staat was haar wil vrij te bepalen en de gevolgen van haar e-mail te overzien. Zij beriep zich op medische gegevens van haar huisarts en verwees naar een afspraak bij het bedrijfsmaatschappelijk werk.
De Raad oordeelde dat uit de medische stukken niet kon worden vastgesteld dat appellante op die datum psychisch zodanig beperkt was dat zij haar wil niet vrij kon bepalen. Ook het feit dat zij een afspraak had bij het maatschappelijk werk was onvoldoende. Appellante had na het eerste gesprek op 25 juni 2019 de tijd gehad om na te denken en had in het gesprek van 27 juni en in haar e-mail expliciet aangegeven geen vast dienstverband te willen. Het college had bovendien toegelicht dat haar gedrag consistent was met eerdere gedragingen.
De Raad concludeerde dat het college niet gehouden was een vaste aanstelling te verlenen en bevestigde de eerdere uitspraak dat de tijdelijke aanstelling voor zes maanden rechtsgeldig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de tijdelijke aanstelling rechtsgeldig was en wijst het hoger beroep af.