ECLI:NL:CRVB:2022:1045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV veroordeeld kan worden in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in zowel het beroep als het hoger beroep. De kosten zijn begroot op €3.036,- voor verleende rechtsbijstand en €3.058,28 voor kosten van de Landelijke Expertisebalie.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van in totaal €6.094,28 aan proceskosten. Vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV vorderen. De uitspraak is gedaan door M. Schoneveld op 4 mei 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €6.094,28 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.