Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:106

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 januari 2022
Publicatiedatum
19 januari 2022
Zaaknummer
19/4108 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Vervolgens heeft het college het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft namens zichzelf verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het college.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling beoordeeld op basis van de schriftelijke stukken. Op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep worden veroordeeld tot betaling van proceskosten.

De Raad heeft geoordeeld dat het college in de proceskosten moet worden veroordeeld, begroot op € 759,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2022.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg is veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 januari 2022
19/4108 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband
met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van
23 augustus 2019, 18/3205 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 8 september 2021 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. C. van Aken, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 759,-, 1 punt voor het indienen van het verweerschrift van 20 november 2019, in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 januari 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude