ECLI:NL:CRVB:2022:1082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €134,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks twee schriftelijke aanmaningen. De Raad oordeelt dat appellanten in verzuim zijn en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De procedure verliep volgens de artikelen 8:41 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad heeft zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep beslist, omdat het niet voldoen aan de griffierechtverplichting een formele vereiste is voor ontvankelijkheid. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut en griffier K.R. van Renswoude op 26 april 2022.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep. De indiener van het verzetschrift kan verzoeken om gehoord te worden. Deze procedurele beslissing bevestigt het belang van tijdige betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.