Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
8 augustus 2019 (oorspronkelijke besluiten).
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet en hadden meerdere aanvragen ingediend na intrekking van de bijstand per 1 september 2014. De aanvragen van 12 juni 2019 en 17 juli 2019 werden buiten behandeling gesteld wegens het niet overleggen van alle gevraagde gegevens. Een latere aanvraag van 27 augustus 2019 werd afgewezen omdat het inkomen hoger was dan de bijstandsnorm en omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat er wel nieuwe feiten of omstandigheden waren, omdat het college nieuwe informatie had opgevraagd naar aanleiding van eerdere aanvragen. De Raad oordeelde echter dat de overgelegde stukken niet als nieuw konden worden aangemerkt, omdat deze eerder hadden kunnen worden overgelegd.
De Raad bevestigde dat het verzoek van appellanten om terug te komen op eerdere besluiten niet slaagt, omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben aangevoerd zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.